Meneer Vos had in december een verzoek ingediend met de vraag of wij hem konden helpen met het schoonmaken van het hok van zijn cavia’s. Hij was flink gevallen en had daarbij zijn arm en been bont en blauw gestoten. Na het plaatsen van de oproep kregen we al snel reactie van een van onze vrijwilligers; hij kon meneer hiermee wel helpen. Toen ik meneer belde om dit goede nieuws te vertellen, reageerde hij enthousiast: “Jullie zijn de eersten die mij helpen!”
Ik nam het tijdelijk over van de vrijwilliger. Op zaterdagochtend 14 februari ging ik bij meneer langs. Bij binnenkomst kreeg ik direct een kopje thee aangeboden.
Tijdens ons gesprek vertelde meneer dat hij meerdere keren contact had opgenomen met de gemeente en andere instanties en kwam uiteindelijk via het Rode Kruis bij ons terecht. Ik vroeg hem of hij het moeilijk vond om hulp te vragen. Hij schudde zijn hoofd. Niet het vragen, maar het daadwerkelijk krijgen van hulp blijkt lastiger te zijn.
Toen ik meneer voor het eerst belde, vertelde hij dat we de eerste waren die hem daadwerkelijk gingen helpen. Het is mooi dat meneer de hulp krijgt, maar tegelijkertijd wrang dat zoiets kleins zoveel tijd vergt om te regelen. Idealiter klop je even bij de buren aan of bel je iemand met de vraag of die kan helpen. Maar wat als dat netwerk er niet is?
Na drie kopjes rooibos en gekletst te hebben over vroeger, was het hok verschoond. Eigenlijk een klusje van maximaal een kwartier werk, eindigde in een leuk gesprek van twee uur.



